Vanaf 1 januari 2007 kan iedere werkgever eigen-risicodrager worden voor de Werkhervattingsregeling Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten, WGA. De term eigenrisicodragen komt u steeds vaker tegen. Dit is het gevolg van een zich snel terugtrekkende overheid uit de publieke sociale zekerheid.

Een nieuw fenomeen is dit zeker niet, want alle ondernemers/werkgevers zijn inmiddels al eigenrisicodrager. Niet iedereen zal zich dat volledig realiseren. De werkgever draagt al sinds 1996 het volledige risico van loondoorbetaling bij ziekte van zijn werknemer(s). Dit risico is in 2004 nog uitgebreid van 52 naar 104 weken. Verder dragen zelfstandig ondernemers de financiële verantwoordelijkheid voor hun eigen arbeidsongeschiktheidsrisico. Eigenrisicodragen is dus zeker geen modeverschijnsel, het is de wijze waarop de privatisering van ons sociale zekerheidsstelsel wordt vormgegeven. De overheid legt de risico’s daar neer waar zij het beste beïnvloed kunnen worden. Werknemers en werkgevers zullen moeten wennen aan het idee dat zij, in tegenstelling tot vroeger, nu zelf een keuze kunnen maken in de financiële risico’s die zij als werknemer of als werkgever wensen te nemen. Beide hebben in het kader van de WIA, en dus ook de WGA, zowel een lijdende als een leidende rol. Verplichtingen uit hoofde van de Ziektewet, Burgerlijk Wetboek en de Wet verbetering poortwachter, alsmede de re-integratieverplichtingen uit hoofde van de WIA brengen niet alleen minder premies met zich mee, maar ook extra werk voor de werkgever.

Het biedt de werkgever extra mogelijkheden om invloed uit te oefenen op tot nu toe ongrijpbare fenomenen zoals ziekteverzuim en langdurige arbeidsongeschiktheid. Zo kan hij uiteindelijk de kosten daarvan binnen de perken houden en besparen op de loonkosten. Wie het spel goed kent, heeft immers de beste kaarten. In dit Dossier vindt u antwoord op de meest voorkomende vragen bij eigenrisicodragen voor de WGA op basis van de actuele stand van zaken. Omwille van de leesbaarheid komen ook WAO, de IVA en de (gecompliceerde en afwijkende) startfase van de WGA niet aan de orde. Voor de WAO en de IVA kan een werkgever immers geen eigenrisicodrager (meer) worden. Het spreekt echter voor zich dat een verstandige werkgever zich adequaat laat ondersteunen/adviseren op deze terreinen. Dat mag dan wellicht wat kosten, maar kan veel ergernis, misverstanden en onvoorziene uitgaven voorkomen.

 

De WIA

Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA)

Sinds 29 december 2005 is de wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen van kracht. Deze wet, afgekort WIA, is de opvolger van de WAO en biedt inkomensbescherming aan diegenen die als gevolg van ziekte of gebrek niet meer (volledig) kunnen werken. Mensen die nog wel (gedeeltelijk) kunnen werken, worden gestimuleerd om hun verdiencapaciteit optimaal te benutten. Werknemers die minder dan 35% arbeidsongeschikt zijn krijgen geen uitkering. De WIA bestaat uit twee uitkeringsregelingen: de IVA en de WGA.

Lees meer: De WIA

 

De WGA

Uitkeringen
Werknemers die na 104 weken loondoorbetaling wegens ziekte voor meer dan 35%, maar niet volledig èn duurzaam arbeidsongeschikt zijn, krijgen een WGA-uitkering. De uitkering biedt een gedeeltelijke compensatie voor verlies aan inkomen of verdiencapaciteit.
De WGA kent drie soorten uitkeringen:

Lees meer: De WGA

   

Eigenrisicodragen

Financieel risico
Een werkgever die eigenrisicodrager wil worden, kiest ervoor het risico van het betalen van (een deel van) de WGA-uitkering gedurende de eerste tien jaar van het recht op uitkering voor eigen rekening te nemen, uiteraard voor zover en voor zo lang als de werknemer recht op uitkering heeft. Het financiële risico bestaat uit de volgende onderdelen:

Lees meer: Eigenrisicodragen

 

Voor- en nadelen van eigenrisicodragen

Privaat of UWV
Werkgevers kunnen vanaf 1 januari 2007 eigenrisicodrager worden voor de eerste tienjaarslasten van WGA-uitkeringen. De wetgever introduceert hiermee prikkels voor preventie en re-integratie. Immers, een werkgever die besluit om eigenrisicodrager te worden, heeft direct belang bij schadelastbeperking. De eigenrisicodrager zal er (al dan niet in samenwerking met de verzekeraar) alles aan doen om te voorkomen dat iemand (langer dan nodig) in de WGA terechtkomt. Onder het eigen risico valt overigens niet het deel van de loonaanvulling dat hoger is dan de vervolguitkering WGA. Dat deel van de uitkering is en blijft publiek gefinancierd uit de basispremie. Als het risico is ondergebracht bij het UWV, betaalt het UWV de uitkering en is ook het UWV verantwoordelijk voor reintegratie.

Lees meer: Voor- en nadelen van eigenrisicodragen

   

Verschillen tussen de WGA & WAO

Wel of niet eigenrisicodragen
Om een verantwoorde beslissing over wel of niet eigenrisico¬dragen te kunnen nemen, is het goed om de belangrijke verschillen tussen de vroegere WAO en de huidige WGA tegen het licht te houden.

Lees meer: Verschillen tussen de WGA & WAO

 

Eigen risicodrager worden

Planning
Tweemaal per jaar, per 1 januari en per 1 juli, kunnen werk¬gevers eigenrisicodrager worden. Aanvragen moeten uiterlijk dertien weken voor de beoogde ingangsdatum schriftelijk worden ingediend bij de Belastingdienst, onder gelijktijdige overlegging van een bankgarantie of verzekeringsverklaring. Aan deze voorwaarde wordt voldaan als de eigenrisicodrager een verzekeringsverklaring overlegt die alle (onder het eigen risico vallende) WGA-uitkeringslasten dekt.

Lees meer: Eigen risicodrager worden

   

Financiële aspecten van het eigenrisicodragen


Lager totaal eigen risico
In het voorgaande hoofdstuk zijn de aanzienlijke verschillen aangegeven tussen het WAO-risico en het WGA-risico. Ondanks de verlenging van de eigenrisicotermijn van vier jaar (WAO) naar tien jaar (WGA), is het totale eigen risico WGA in financieel opzicht nog steeds veel minder dan het vroegere eigen risico WAO. Belangrijkste oorzaken daarvan zijn de wachttijd van twee jaar, de hogere toelatingsdrempel van 35% en het feit dat werknemers die volledig én duurzaam arbeidsongeschikt zijn niet in de WGA belanden, maar in de IVA. Daarnaast zullen werknemers die aanvankelijk tijdelijk volledig arbeidsongeschikt waren, en daardoor in de WGA kwamen, alsnog overgaan naar de IVA als blijkt dat hun arbeidsongeschiktheid alsnog blijvend èn duurzaam is.

Lees meer: Financiële aspecten van het eigenrisicodragen

 

Inlooprisico en uitlooprisico

Omslagstelsel versus risicoselectie
Vanaf 1998 hebben werkgevers en verzekeraars ervaring kunnen opdoen met de systematiek van eigenrisicodragen. De meeste problemen die zich daarbij voordeden, betroffen het zogenaamde inloop- en uitlooprisico. Omdat alle werkgevers van rechtswege zijn aangesloten bij het UWV en het UWV een omslagstelsel kent, mag het UWV geen risicoselectie toepassen op werkgevers. Daarom draagt het UWV het volledige financiële risico van de betreffende wettelijke verzekering, totdat de werkgever besluit het risico zelf te gaan dragen (WGA) of totdat de wetgever besluit om de betreffende regeling volledig voor rekening van de werkgever te brengen (loondoorbetaling bij ziekte). Private verzekeraars mogen daarentegen wel selecteren. Dat heeft ertoe geleid dat de wetgever de (aspirant-) eigenrisicodrager voor de WGA heeft opgezadeld met een inlooprisico en een uitlooprisico.

Lees meer: Inlooprisico en uitlooprisico

   

Level Playing Field

Rentehobbel
Verzekeraars hebben de voorgaande jaren bij de politiek in Den Haag aangedrongen op een gelijkwaardig speelveld. Uiteraard willen verzekeraars graag de concurrentie aan met het UWV, maar dan wel volgens dezelfde spelregels. Inmiddels is een belangrijk twistpunt opgelost. De zogenaamde ‘rente¬hobbel’, het verschil tussen de private en publieke premie, is grotendeels opgelost nu werkgevers in het publieke bestel (verzekerd via UWV) een opslag op de WGA-premie betalen van 0,15% (2009). Deze rentehobbel is slechts tijdelijk en houdt verband met het feit dat verzekeraars geld moeten
reserveren voor toekomstige uitkeringslasten. Het UWV hoeft dat niet, want die werkt met een omslagstelsel.

Lees meer: Level Playing Field

 

Status arbeidsgehandicapte

Niet bekendmaken
Sinds 1998 hoeven aspirant-werknemers met een arbeidshandicap hun status bij een sollicitatie niet aan de werkgever bekend te maken. Dit uitgangspunt is vastgelegd in de Wet op de medische keuringen en de Wet REA. Tot dusver was niet expliciet aangegeven of aan deze keuzevrijheid op enig moment een einde komt. Een werkgever kan financiële voordelen krijgen wanneer gedeeltelijk arbeidsgeschikten in zijn bedrijf werken (No-Riskpolis, premiekortingsregeling). Deze voordelen krijgt hij niet wanneer de werknemer zijn status ook na de indiensttreding niet bekendmaakt. De regering wil vasthouden aan het uitgangspunt dat aspirant-werknemers met een handicap of WAO-verleden niet verplicht zijn de aspirant-werkgever hier¬over bij een sollicitatie te informeren, tenzij bijzondere functieeisen daartoe nopen. In deze fase staat het belang van de werknemer aan arbeidsdeelname en het privacybelang voorop.

Lees meer: Status arbeidsgehandicapte

   

De toekomst van de WGA

Het wordt snel minder met het eens zo onvolprezen stelsel van de Nederlandse sociale zekerheid. Met de invoering van de WIA heeft de overheid haar verantwoordelijkheid voor werknemers die arbeidsongeschikt zijn of anderszins geen arbeid meer kunnen verrichten, vertaald in een regeling die uitsluitend toegankelijk is voor werknemers die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn (de IVA).

Lees meer: De toekomst van de WGA

 

Veelgestelde vragen

Wie kan eigenrisicodrager worden voor de WGA ?
Iedere werkgever, groot en klein, kan eigen risicodrager worden voor de WGA. De beperkingen die golden voor het eigenrisicodragen WAO zijn vervallen.

Lees meer: Veelgestelde vragen