De WGA

Uitkeringen
Werknemers die na 104 weken loondoorbetaling wegens ziekte voor meer dan 35%, maar niet volledig èn duurzaam arbeidsongeschikt zijn, krijgen een WGA-uitkering. De uitkering biedt een gedeeltelijke compensatie voor verlies aan inkomen of verdiencapaciteit.
De WGA kent drie soorten uitkeringen:

 

  • loongerelateerde uitkering
  • loonaanvullingsuitkering
  • vervolguitkering


Loongerelateerde uitkering
De loongerelateerde uitkering bedraagt de eerste twee maanden maximaal 75% en daarna maximaal 70% van het dagloon. Het dagloon kan niet meer bedragen dan € 183,15.
Voor werknemers die gedeeltelijk werken, bedraagt de uitkering maximaal 75%, dan wel 70% van het verschil tussen het (gemaximeerde) dagloon en het loon dat zij per dag feitelijk verdienen met werken als werknemer of zelfstandige. De duur van de loongerelateerde uitkering is afhankelijk van het arbeidsverleden van de werknemer en bedraagt 0 tot 38 maanden. Daarna krijgt de werknemer een loonaanvullingsuitkering of een vervolguitkering (bij niet/onvoldoende) werken.

 

Loonaanvullingsuitkering
De loonaanvullingsuitkering bedraagt 70% van het verschil tussen het gemaximeerde dagloon en het inkomen dat de werknemer per dag met werken zou kunnen verdienen. Dat wordt ook wel de resterende verdiencapaciteit genoemd. In formulevorm: 0,7 x (max.) dagloon – resterende verdiencapaciteit. Wordt er meer verdiend dan de resterende verdien¬capaciteit, dan bedraagt de uitkering (net als tijdens de loongerelateerde periode) 0,7 x (max.) dagloon – inkomen. Deze uitkering duurt uiterlijk tot 65 jaar.

 

Vervolguitkering
De vervolguitkering geldt voor werknemers die niet werken of onvoldoende verdienen (minder dan 50% van de resterende verdiencapaciteit). De uitkering bedraagt een percentage van het minimumloon. Het percentage wordt vastgesteld conform de regels van de WAO en is 28%, 35%, 42% of 50,75%. Deze uitkering duurt uiterlijk tot 65 jaar.